“Mag het ietsje meer zijn?”

Iets meer levenskwaliteit?
Een goede vriend zei het al “zwanzend” “Ach, Elke, je wordt misschien nog wel 80 !”. Ik rilde, mijn nekharen kwamen overeind en mijn maag draaide om. Ik schrok van mijn eigen zeer duidelijke lichamelijke reactie. Mijn lichaam zag 40 jaar erbij duidelijk niet zitten in deze omstandigheden.  Had ik mezelf dan al heel de tijd “rationeel” wijsgemaakt “dat het wel meeviel ?”  Ik heb nogal de neiging van wat “stoer” te zijn en niet te veel te klagen. Deed ik met die starre mentale houding mijn lichaam onrecht aan? Of was het idee om de laatste 3 jaar telkens te herbeleven tot mijn 80ste levensjaar er te veel aan ?  Was ik dan toch “langzaam aan het lijden” zoals ik eerst voorspeld had?  Of is dat de consequentie van mijlpaal tot mijlpaal te leven, zodat je het grote overzicht verliest ?

Iets meer vetcellen?
De haat -liefde relatie met mijn vetcellen is niet nieuw. Deze keer waren ze weer aan het smelten als sneeuw onder de zon. Op enkele maanden tijd was ik zonder moeite meerdere kilo’s kwijtgeraakt. Het viel buitenstaanders op. Ik werd er over aangesproken. Het feit zorgde voor angst in ons gezin. Angst die ons soms uit onze slaap hield. Angst die onze gedachten gijzelde. Ons gezin was tijdelijk een kruitvat vol met korte lontjes. Af ten toe ontplofte de boel met alle gevolgen van dien. Onze emotionele weerbaarheid verdween samen met de vetcellen en de veerkracht leek af en toe op een verduurde “rekker” uit een oude “calcon”.
Afvallen zonder moeite een droomrecept voor mama’s met jonge kinderen maar een nachtmerrie voor kankerpatiënten. Was er iets terug aan het groeien of niet?
De angst werd bij de goede dotatoc scan ingeruild voor onzekerheid. Er was geen groei te zien integendeel er leken zelfs letsels verdwenen te zijn. Was het gewoon het resultaat van het suikerdieet in combinatie met tijdelijke diarree (3 dagen/maand) door de medicatie en de gekende gevoeligheid voor vetrijk eten? Ik heb regelmatig pijn bij het avondeten en vetrijk eten kan ik al lang niet meer. Was het dat? Of is er toch iets anders aan de hand? Voor de veiligheid vulde de oncoloog mijn bloedblad aan met extra parameters. Meten en weten als enige remedie tegen de onzekerheid. Ondertussen is de daling in gewicht minder geworden. De oncoloog gaf ook aan dat mijn galblaas inclusief stenen er op relatief korte termijn (dit jaar) nog uit zal moeten. Maar, dat nog kon wachten tot na de grote vakantie.

Iets betere dokter-patiënt relatie?
Wij vroegen het ons beiden af. Waren we wel een goede patiënt en dokter voor elkaar geweest? Was ik wel eerlijk genoeg geweest als patiënt en had ik altijd volledig mijn bijwerkingen verteld of eerder gedacht dat ze er gewoon bij hoorde. Ik zal heus niet de enige patiënt zijn, die bij de dokter opvallend minder klachten heeft. Als ik op consultatie te veel begin te relativeren, wisselen oncoloog en manlief blikken uit om dat te bevestigen of te ontkennen. Al en geluk dat Steven er altijd bij is.
Had hij als arts wel genoeg doorgevraagd naar de bijwerkingen en vooral de spijsverteringsproblemen want dit leek plots een nieuw “oud” feit ? Door elkaar telkens zo open in vraag te stellen, verbeteren we elkaar wel continu. Zo kan het alleen maar beter worden voor ons en andere patiënten en artsen.
Uiteraard, verdiende ik een betere levenskwaliteit volgens de oncoloog, daar was geen twijfel over mogelijk. Maar, op een of andere manier was ik er precies nu pas echt vragende partij voor. Was die zwanzende opmerking de lichamelijke alarmbel die ik nodig had? Of ben ik dan toch van plan om 80 jaar te worden?

 

Advertenties

de overwinning van de “guitige amazone”

“En als je eens probeert om er niets over te zeggen ?” … “Je moet niet altijd aan de ander denken, doe het uit zelfzorg. Als je geen zin hebt om er over te praten, dan doe je dat toch niet !” zei de psy, bijna met haar vingertje in de lucht. Ik weet dat ze gelijk heeft, waarom zou ik niet proberen? Waarom dat eens niet uittesten, de gelegenheid vroeg erom.

“De kakelende nachtegaal” met oude degelijke gekleurde regenjas ontving ons liederlijk in haar mooie huis. Alle aanwezige kinderen vonden samen de weg naar de enorme woonzolder en genoten van legovideo’s en extra chipszakken. Steven en ik zouden deze avond niet praten over de ziekte met de grote “K”. Toch niet tegen diegene die het nog niet wisten. De “wetenden” en lotgenoot werden kort gebrieft over mijn huidige algemene toestand. Voor de rest zou er die avond niets gezegd worden over ziekte, verlies of kanker.

De speciale gelegenheid was een reünie met een klein deel van de bende Spitsbroeders. Een 14-tal studenten en 2 proffen met ega (en ego) die in 1997 voor de eerste keer op studentenexpeditie gingen naar het koude en noordelijke Spitsbergen. Iets meer dan 20 jaar geleden trokken we met een volle rugzak, kerosine, muesli, jachtgeweren tegen ijsberen en veel zin voor avontuur over de arctische toendra van “Svalbard”. Een onvergetelijke, avontuurlijke kampeerreis die ons waarschijnlijk meer gevormd heeft dan we zelf beseften.

Terwijl we gezamenlijk genoten van betere versies van de gekende vriesdroogmaaltijden “chili con carna” “pasta” en “vleessaus”, vertelde ik de kinderen dat die “grijze” mannen mijn proffen waren van vroeger.  Sander en Toon keken hun ogen uit. Deze mannen en vrouwen leken niet ouder te zijn geworden. Nog steeds gebeten door avontuurlijk reizen en een voorkeur voor desolate plekken. Hun ogen twinkelden als ze over hun laatste reizen spraken. Wij, de studenten van toen, beseften dat we hun leeftijd hadden van toen. Zouden wij nu ook met zo’n bende studenten op zo’n reis vertrekken?

Het werd mij ook duidelijk dat de afgelopen 17 jaren meer bepalend waren dan die laatste 3 met “K”.  In die periode maakten we allemaal nog vele reizen naar het koude en desolate noorden; Alaska, Noorwegen, Zweden, Ijsland,… . En of bestemmingen met nomadenculturen; Mongolië, Atlasgebergte, Kenia,….  Het leken net die elementen te zijn die ons allemaal nog steeds verbonden zonder dat we dat beseften. Want de verschillende studiekeuzes hadden ons uit elkaar gedreven en slechts enkele hadden elkaar terug gevonden via hun werk.

Er was zoveel gebeurd in die periode na de reis/studies. Zoveel meer dan die recente “K” . De ontmoeting met desbetreffende partner, de keuze van/voor beroep en carrière, het uitbouwen van een gezin, het (ver)bouwen van een huis,…. Ik realiseerde me dat ik meer gevormd was door die zaken, dan door de afgelopen 3 jaren. “Elke” was duidelijk meer dan… . De psy had gelijk. Het deed zoveel deugd om er bewust geen aandacht te geven. Ik geef toe. Het vroeg hier en daar een beetje ombuigen van een verhaal of zaken wat ontwijken in een conversatie. Ik ben al meer dan 3 jaar niet meer aan het “werk”. Maar, dat wil niet zeggen, dat ik er niet over kan meepraten ;).

De volgende dag wentelde ik me een beetje in een overwinningsroes. Voor de gelegenheid had ik mijn fotoboek en reisverslag terug bovengehaald. Daarbij stak ook een landkaart met daarop onze route en opmerkingen van mede-reizigers. Eén van de proffen had me tot “guitige amazone” gedoopt. Omdat ik over de arctische toendra huppelde en hij me niet kon volgen. Ik heb ze teruggevonden, die guitige amazone, … Ze kan door omstandigheden wel niet meer zo goed tegen de koude. Vandaar dat ze (bijna) klaar staat om met kroost, moeder en man door de warme Afrikaanse Savanne te huppelen.

Onvoorwaardelijk & Te Veel TV

Ik heb net ontdekt dat dit berichtje stond te wachten op een goedkeuring voor publicatie. In de “drukte” van de afgelopen twee maanden heb ik het compleet over het hoofd gezien. Mijn hoofd zit vol met zoveel en dan beginnen dingen “te wegen”. Eerste tekens van “te veel”. Ik heb genoten van “Taboe”. Ik moet lachen met “Gevoel voor tumor”. Maar, “Afscheid” laat ik nu wel aan me voorbij gaan, sorry. Het doet me vaak denken aan een zwangerschap, dan zie je plots ook overal zwangere koppels en buggies.  Zo zie ik precies nu alleen maar programma’s over kanker, afscheid en doodgaan. Al en geluk is de lenteroep van de tuin heel groot om even letterlijk de handen en hoofd in het zand te steken.

Ik heb, net zoals vele anderen, echt wel genoten van het programma “Taboe” en meer specifiek de aflevering over ongeneeslijk zieken op één. Het deed op een vreemde manier deugd, om de herkenbare situaties en worstelingen te zien. De geschetste portretten waren sereen en mooi. Gastheer Geubels ontpopte zich ook tot een ontwapende en oprechte interviewer.  Sander keek die avond stiekem mee in de zetel onder het mom “ik kan niet slapen.” Ik vroeg me af of dat het bij hem was blijven hangen dat het belangrijk was om te praten over de dood en hoe jij einde ziet.

Ik kon het niet, drie jaar geleden, direct spreken over mijn dood. Het vroeg tijd, veel tijd. Erover praten, leek alsof het zich zou voordoen als een onwrikbare “self-fulfilling prophecy “. Ik schreef “stiekem” dingen op in een boekje als een soort schatkistje met hartsgeheimen. Ik sprak er wel over naar aanleiding van het overlijden van grootouders met de kinderen en Steven. Zeker nadat ik door had dat het voor mij als “stervende” niet zo belangrijk was als voor de overblijvers . Als je niets meer te willen hebt, …. . Zolang dat zij maar iets hadden dat voor hen het rouwen “makkelijker” maakte. Ondertussen kan ik er wel weer over praten omdat het “terug” iets verder van me af ligt.

Hoewel, het was schrikken toen Toon me op een doodgewone ochtend vroeg:
“Mama, weet je al waar je uitgestrooid wil worden ?” Het was voor hem een normale vraag.  Ik antwoordde “Ik weet het nog niet goed. Ik twijfel. Of wel op allerlei plekjes waar ik op reis ben geweest,…”. Ik kreeg geen tijd om mijn antwoord af te maken.
“Dus niet op een kerkhof?” ‘Ja, misschien zoals Vaartje in die pot op de kast, dan vindt Tijl dat terug zo schattig dat jij in die pot past !”.
“Ja, dan kunnen jullie er nog over nadenken en dan ben er toch nog een beetje.”
Na een kleine denkpauze.
” Mama, moet je die pot dan terug geven als je bent uitgestrooid? Of hebben ze er meerdere ?””Ze hebben er meerdere, in allerlei vormen en maten,…” antwoordde ik als een pro. “Ik denk niet dat je dit jaar gaat doodgaan, he mama.” “En ook niet binnen twee weken ofzo?” “Wat denk jij?”
Ik herinner me net dezelfde vragen van Sander, twee jaar geleden. “Neen, Toon ik denk ook niet dat het zo snel zal gaan.” “Ok !” Hij verliet de kamer en was gerustgesteld om zorgeloos op “sprookjesklassen” te vertrekken al denkend “Mama, gaat niet direct dood, check! En nu nog oefenen om mijn bed op te dekken”.

De plotse dood van mijn vader en Rob, maakten hen terug onzeker. Mensen kunnen zo maar van de ene op de andere moment sterven en verdwijnen uit je leven. Doodgaan is niet meer terug komen. Tijl snapt het nog niet goed. “Vaartje kan toch terug levend worden !” “Kan jij zijn hartje niet terug maken, mama”. Grote broer Sander zorgde voor de ontnuchterende antwoorden, “Dood is dood, dan kom je niet meer terug, Tijl !”. Ik legde hen voor de zekerheid toch maar uit, dat de kans dat ik plots zal sterven niet groot is. Dat zij het op voorhand zullen weten en dat het dan slechter met me zal gaan.

Hoewel, het leven heeft ons ondertussen al lang geleerd, dat niets zeker is…
Uitgezonderd de onvoorwaardelijke liefde van ouders voor hun kinderen… en omgekeerd ! Die is er en blijft voor altijd ?

Wat nu ?… in het verzet !

“Wat nu ?” denk ik bij mezelf.
De rollercoaster lijkt (eindelijk) stil te staan, na drie jaar. Er is tijd en ruimte om echt aan “diepe” verwerking te beginnen. Het gaat nu echt over mezelf. Niet over die jonge vrouw, die van alles heeft meegemaakt, die ik wel zo goed begreep.

Durf ik al op te kijken en mijn rug te strekken in dat kleine bakje van de rollercoaster?
Houd ik me het beste nog even sterk om nogmaals onverwacht over kop te gaan?
Durf ik al uit te stappen en voorzichtig rond te kijken?
Kan ik het echt aan om alle omstaanders in het gezicht aan te kijken?
Wil ik dat wel?

Eens uitgestapt wat doe ik dan?
Welke richting ga ik uit?
Is er wel een bordje uitgang te bespeuren?
Of wandel je gewoon in een lus terug richting rollercoaster?

Hoeveel ruimte van mijn identiteit geef ik aan de ziekte?
Hoeveel neemt ze ongevraagd al in?
Te veel ! roept het hoofd en lichaam tegelijkertijd.

Gebrek aan controle duwt richting frustraties.
Ik ga in verzet !

Die kanker moet op rantsoen,…
genoeg “Elke”, is genoeg.

PS: De botscan gaf aan dat er geen compressie is op de zenuwen. Voor zover goed te bepalen, lijkt er geen significante groei te zijn. Oef,… nu op zoek naar de andere mogelijke oorzaak en extra bezoekjes aan de kine.

resultaat van de scan: nog meer scans ?

De laatste opvolgingsscan dateerde van eind juli, genomen tussen het overlijden en de uitvaartplechtigheid van mijn vader. Ik wilde geen scan die mijn “grote” verjaardagsplannen kon verstoren. In samenspraak met de oncoloog werd de scan begin januari gepland. Door allerlei beleidstoestanden kon ik deze keer niet terecht in het vertrouwde ziekenhuis. Er werd een MRI scan gepland in een ziekenhuis in de regio met een soortgelijk toestel, zodat vergelijken gemakkelijker zou zijn. Het is namelijk de evolutie die belangrijk is.

Alles verliep vlot in het andere ziekenhuis. De timing werd gerespecteerd. Ze gingen mijn scan met spoed behandelen omdat ik de volgende dag op consultatie ging.  Dezelfde namiddag kon ik zelf het gevalideerde verslag inkijken. De tumoren in pancreas, lever en botten werden besproken, maar geen uitspraak over de evolutie. Op de consultatie de volgende dag, werd afgesproken dat de huisradioloog deze beelden met de vorige ging vergelijken. Maar, zowel Steven, oncoloog en ik zagen dat het over een stabiele situatie ging, rationeel dan toch. Emotioneel ontplofte ik de volgende dag. Ik wist met mezelf geen blijf.  Zonder een extra bevestiging van de radioloog volgens de RECIST criteria, kon ik het precies niet aannemen. De pijnlijke inspuiting van de Sandostatine zat er mogelijk voor iets tussen. Ik heb nog nooit zoveel pijn gehad van de inspuiting. Het leek of mijn lichaam helemaal pijnlijk verkrampt zat. Elke botuitzaaiing liet van zich horen in de vorm van zeurende pijn. Soms werd ik even misselijk van de pijn. Na 3 vervelende dagen was het over. De pijn werd terug herkenbaar en makkelijker behandelbaar. Na een week kwam ook de verlossende bevestiging van de huisradioloog alles stabiel volgens de RECIST criteria.

Ik lijk het steeds te vergeten, wat zo’n scan met je doet emotioneel. Ik was zo boos op mezelf. Waarom heb ik dokters en scans nodig om te zeggen dat het goed met me is? Waarom kan ik mijn lichaam zelf niet meer vertrouwen ? Waarom begin je plots aan alles te twijfelen?  De confrontatie met het bedrog van mijn lichaam is moeilijk te plaatsen. Ik voelde me 3 jaar geleden wel ziekjes en slapje, maar niet “echt” ziek. En dan blijkt het zo ernstig te zijn ! En dan toch weer niet zo ernstig? Mijn lichaam lijkt dokters, radiologen, oncologen en mezelf continu zand in de ogen te strooien. En toch moet ik er mee verder. Mijn lichaam is het enige dat kan aangeven waar er pijn is, wat er wel en niet gaat. Steeds weer vertrouwen op datgene dat je zo hard bedrogen heeft, je zou voor minder emotioneel worden of twijfelen.

Ik ben wel stabiel, maar de zorgen zijn niet voorbij. De pijn in mijn linkerschouder en de geknelde zenuwen in mijn linkerpink en ringvinger blijven te lang aanhouden, dat een extra botscan zich opdringt. Ik word in februari weer eventjes radioactief en reserveer in mijn agenda ook al een plaatsje voor een DOTATOC pet scan voor april.  Nog even spannend of het de vele botmeta’s zijn of dat er toch iets heel anders aan de hand is. Tijdens de consultatie viel (nogmaals) het woord “uitzonderlijk”. “Ik ken geen patiënten die nog zoveel kunnen met zoveel botuitzaaiingen.” Ik besloot, na mijn frustratie te delen op de gesloten facebookgroep van de patiëntenvereniging, dat unieke maar te omarmen en er heel blij mee te zijn. Andersom zou veel erger zijn en niet zo goed voor mijn bloeddruk.

 

verdriet tussen de strijk en koekjes

“Mama, ik moet die ene ziekenhuisfoto meenemen naar school, je weet wel diegene waarop je zo goed kan zien dat je ongeneeslijk ziek bent !” roept Sander als hij lichtelijk opgewonden thuiskomt van school. Ze leerden er in de maand november over verdriet en mochten iets meebrengen. Sander wou eens uitpakken, verdriet daar kent hij alles van. Hij vertrok naar school met een foto van Rob, een rouwkaartje van Vaartje en een zebra-armbandje van NETkanker. Steven en ik besloten dat mijn DOTATE scan foto meegeven zonder duiding geen goed idee was. Een jaar geleden hadden we hen deze  scanfoto laten zien, omdat het zo’n duidelijk beeld geeft over hoe ver de kanker is verspreid. We dachten dat ze zouden schrikken net zoals alle anderen waar we de foto aan lieten zien. Maar Sander en Toon reageerden redelijk “koel”. “Mama, die zombiemonsters onder mijn bed, die zijn eng, die foto met jouw skelet is wel ok hoor.”

Op 10 november, internationale NET cancer day, stuurde ik de jongens alledrie met een zebralintje op hun boekentas naar school. Ik was heel de week volop bezig geweest met de voorbereiding van de jaarlijkse infodag en dat voelden zij ook. Ze gingen vol trots met hun lintje naar school. En toen ging er een zebrabal aan het rollen op school…. Die eindigde in een ketnetkoekenbak van het 1e leerjaar, klasgesprekken in de klassen van Toon en Sander over NETkanker en als apotheose de verkoop van onze “strijkparels for life” en de koekjes op de kerstbabbel van de school ten voordele van de vzw NET & MEN. Het was even zoeken naar de juiste balans voor ons allen. Hoewel de kinderen vragende partij waren voor een klasgesprek, zagen ze het niet zitten (en ik eerlijk gezegd ook niet) om voor heel de school bekend te staan als de kinderen van de “zebramama” met NETkanker. “Mama, ik zit maar in het eerste, ik kan al die vragen van het zesde niet beantwoorden”. Anderzijds was een beetje “bekendheid” via een tekstje in het maandelijkse contactblad wel nodig om de ziekte een gezicht te geven en meer onder de aandacht te brengen. Ik denk wel dat het ons gelukt is om de balans te bewaren.

De klasgesprekken waren heel leuk en boeiend. De kinderen luisterden aandachtig en stelden veel vragen zoals; “Waarom heb jij die kanker gekregen? Kan je nog genezen? Hoe voelt het nu echt om kanker te hebben ?” Vragen waar ik eerlijk en oprecht een antwoord op gaf. We telden ook samen de verschillende soorten medicatie die ik op één dag moet nemen. We rekenden uit hoeveel mijn maandelijkse spuiten kosten omgerekend in aantal smartphones. Ik legde er wel bij uit dat we in België die volle prijs niet moeten betalen. Bij Toon in de klas ging het ook over doodgaan en dat iedereen doodgaat en voelde bijna iedereen aan mijn porth- a -cath of gek doosje. Toon en Sander genoten van de extra aandacht en werden eventjes in de watten gelegd door hun klasgenootjes en leerkrachten.

De warmste week werd een drukke week vol met koekjes bakken en strijkparelkunstwerkjes maken. Tesfay en vrienden maakten ons strijkwerk iets lichter. De andere acties voor de vzw NET & MEN en het zebraoptreden op tv gaf ons veel energie en vleugels om door te gaan. Onze actie bracht in totaal zo’n 420 euro, waarvan een dikke 230 euro door de verkoop op de kerstbabbel waar we volledig uitverkocht waren na een dik uur. De koekjes van het eerste leerjaar waren na een halfuurtje uitverkocht en brachten meer dan 250 euro op. Dankjewel aan iedereen en vooral aan de juffen voor het aanhoudend enthousiasme.

We wensen iedereen voor het komende nieuwe jaar veel liefs, geluk, hoop en troost. En speciaal voor iedereen die iemand mist en nog voor veel “eerste keren zonder” staat een dik pak veerkracht.

En mezelf genoeg moed voor de scan volgende week,..

40 jaar “Staying Alive” of Leven

Eind november was het zover; mijn grote verjaardagsfuif om die 40 jaar zo uitbundig mogelijk te vieren. Ik had er zo hard naar uitgekeken om allerlei redenen.
Drie jaar geleden leek dat een magische grens, die ik moest en zou halen. Ook omdat kleine Tijl bijna 4 jaar is. De leeftijd waarop ik mijn eerste echte herinnering heb. De leeftijd waarop hij hopelijk een levendige herinnering aan zijn grootvader (en mama) heeft.
Door de grote vermoeidheid tijdens de chemo’s 2 jaar geleden, was het niet mogelijk om een groot dansfeest te organiseren op onze trouw. Ik maak wel eens graag een groovy danspasje op de dansvloer en kan daar zo van genieten. Het werd dus uitstel maar zeker geen afstel, dat beloofde ik mezelf.

Met een 5-tal biologie -vriendinnen sloegen we de handen in elkaar en stampten een “nostalgische” 4.0.1 fuif (of was het meer en feestje) uit de grond. Het was leuk en ook en beetje wennen om na 20 jaar terug samen te werken aan één project. Het werd een knaller van een fuif, waar de nostalgie niet weg te denken was. Er werd gedanst dat het een lieve lust was. De beentjes gingen ondanks de iets oudere leeftijd nog vlotjes de lucht in. Op een gegeven moment danste ik al roepend “Staying Alive” (uit jawel 1977) mijn voeten letterlijk van onder mijn lijf (de neuropathie reikte tot aan mijn knieën) omringd door een opgehitste dansende meute.  Heerlijk ! Even alles vergeten en opgaan in de muziek en het voortreffelijk gezelschap. Dat smaakte enorm naar meer fuiven of feestjes, die avond zelf. De week erna was het vooral recupereren, recupereren en recupereren… en deze keer was ik niet de enige. We zijn echt geen 20 meer.

Op mijn 40ste verjaardag zelf, gooide ik letterlijk mijn nieuwe voordeur open. Het werd een gezellig komen en gaan van familie, kennissen, buren en vrienden. Met de zelfgemaakte zuurkool, gehaktbrood en kriekjes werd het onbewust ook een klein eerbetoon aan Vaartje. De kinderen vonden het feesten heerlijk. Tijl is al volop zijn feestjes zoals die van mama aan het plannen. Vooral het dansfeest, de zaal, de muziek en de lichten maakte een diepe indruk. Toon die oefent al een tijdje als dj en kijkt uit naar zijn eerste optreden. Sander genoot vooral van het gezelschap van neven, nichten en vriendjes.

En nog dit…
Vanaf deze week is mijn verhaal (lichtelijk herschreven) van in Knack ook te lezen in het clubblad Leven. Ik ben blij met deze”mildere” versie met mooiere titel. Maar, ik ben vooral blij met het besef dat dit verhaal echt wel achter ons ligt. Het lijkt alsof ik terug wat meer “geaard” ben op één of andere manier. Die getuigenis heeft daar een grote rol in gespeeld. Lees vooral ook alle andere inspirerende verhalen van kankerpatiënten. Of laat ze bewust links liggen. Je ziet maar.